vrijdag 5 januari 2018

Dat smaakt naar meer

Een tijdje terug las ik Wijn voor dummies, dus ik was bang dat dit een herhaling van hetzelfde zou zijn. Maar dit wijnboek is veel aangenamer opgemaakt en geeft nog extra informatie, op een beter verteerbare manier ingedeeld. 

Zo heb je onder de categorie ‘rode wijn’ ook nog smaakcategorieën. De eerste daarvan is bijvoorbeeld ‘fruit en vriendelijk’ en daaronder vind je de druivensoorten die erin passen, met elk hun informatie: het drinkmoment, de verhoudingen van de smaken, de herkomst, wat achtergrond … Zo heb je wat kennis over de fles, maar weet je ook wat je ongeveer kunt proeven in de wijn (al is dat nog steeds persoonlijk, leerde ik in Wijn voor dummies). Daardoor kun je ook gaan vergelijken met de andere categorieën: op welke manieren verschillen deze wijntjes? proef ik de verschillen? waarop moet ik letten? Omgekeerd kan ook: als je een wijn uit de categorie lekker vindt, kun je dat als leidraad gebruiken om naar andere lekkere wijnen op zoek te gaan. 

Een heel waardevol boek dus, dat amateur wijnliefhebbers echt op weg kan helpen in de grote en soms moeilijke wijnwereld!

Geef dat kind een slok jenever

Kriebels kreeg ik van de inleiding, want daarin staat uitgelegd hoe vrouwen zich in de jaren na de oorlog moesten gedragen. Hoe ze hun huishouden moesten runnen, (niet) achter hun kinderen moesten rennen, maar wel achter hun echtgenoot moesten rennen. En dan niet met een deegrol, maar met alles wat zijn hartje maar kon begeren.

Gelukkig is dat maar de inleiding, want anders was ik ‘onpasselijk’ geworden. En gelukkig is dat niet wat de auteurs willen voorschrijven; ze kaderen gewoon even de rest van het boek. Dat is trouwens een verzameling van vragen en antwoorden met opvoedtips, iets tussen het ouderwetse ‘steek ze in het kolenhok’ en het moderne ‘leg je redenering uit’ in. En het beste is: eigenlijk maakt het niet uit of je het helemaal eens bent met hun tips of niet. Ze zeggen of willen zelfs niet dat je hun tips tot op de letter volgt. Ze sporen je alleen aan om te vertrouwen op je eigen instinct en je gezond boerenverstand. Nee, we sluiten kinderen met een woede-aanval niet meer op zolder op, maar we moeten ook niet elk detail gaan opzoeken in opvoedboeken en onzeker worden over ons buikgevoel. Een gezonde middenweg waarbij het ook wel eens fout mag gaan.

Dus, jonge ouders, relativeer en vertrouw maar op je buikgevoel. Je bent goed bezig. En als je een no nonsense-aanpak wenst, lees het boek dan maar, anders doe je lekker je eigen ding!

Vraag maar!

Op het eerste gezicht lijkt het misschien een beetje vreemd: een doosje vol vragen aan je kind of van je kind aan jezelf. Je praat toch zo vaak met je kind? En je vraagt toch elke dag hoe het was op school of waarmee ze willen spelen? Ja, natuurlijk. Maar de tweede is geen erg interessante vraag en op de eerste krijg je vaak een ‘goed’ of een ‘ ‘k weet niet’ als antwoord. Met de vragen uit dit doosje kun je even de tijd maken om een écht gesprek te voeren en om echte antwoorden los te krijgen. “Als alles zou kunnen, wat zou je dan wensen?” kan een heel grappig antwoord opleveren, maar kan ook een inzicht geven in de diepere wensen en verlangens van je kind. “Wat zou je fijn vinden om vaker van mij te horen?” kan op een constructieve manier de mindere puntjes in jullie relatie blootleggen nog voor ze problemen geven. En “Welke 2 dingen vind jij mooi aan jezelf?” kan een heel hartverwarmend antwoord opleveren. Allemaal antwoorden die heel waardevol zijn om van je kind te krijgen, maar die niet zo gemakkelijk zullen loskomen bij de standaard vragen tussen de soep en de patatten. Dus blijf zeker vragen hoe je kind zijn dag was, maar creëer bijvoorbeeld ook een nieuw bedtijdritueel: je kind mag één vraag trekken en aan jou stellen, en jij mag één vraag aan hem/haar stellen. Een rustige, fijne manier om de dag af te sluiten!