woensdag 13 mei 2015

Out of Africa


Een onvoorstelbaar mooi boek...

Ik heb nooit de behoefte gehad om naar Afrika te reizen, maar op dit moment heb ik bijna heimwee. Kan dat? Het voelt alsof ik de droge vlaktes echt gezien heb, het water echt geproefd, de mensen echt gekend en de sfeer echt in me opgenomen heb. De gedachte dat het een onbereikbare wereld is (in de ruimte iets minder, maar vooral in de tijd), maakte me tijdens het lezen zelfs melancholisch. Maar gelukkig blijft deze prachtige beschrijving ervan over, hoe fout ze in ((post-)post-)kolonialistische termen soms ook is.


Ironieteken
De 'inheemsen' zijn namelijk 'de zwartjes' zoals grootmoeder ze kende. Ze werken als boeren of hulpjes voor de rijke blanken en mogen zo meegenieten van de beschaving. En als ze geluk hebben, worden ze zelfs zo beschaafd dat ze zich tot christen laten dopen. Hun eigen domme gebruiken blijven spijtig genoeg vaak wel bestaan (zoals hun angst voor doden) en worden dan maar weggelachen. Wie kan het ze kwalijk nemen, het waren tot voor kort nog onbeschaafde wilden... Nog een interessant kenmerk van de inheemsen (die we voor het gemak even allemaal over dezelfde kam scheren doorheen het boek), is hun neiging om het land waarop ze wonen als van zichzelf te beschouwen. Zeker de squatters die op de plantage geboren zijn, herinneren zich niet dat ze eigenlijk in dienst genomen zijn door barones Blixen en zij denken dus onterecht dat hun kleine samenleving een eigen recht van bestaan heeft. Dat ze verder kunnen zonder de blanke plantage-eigenaar... ¿

En toch, hoe fout dit ook is, zou het boek niet half zo waardevol zijn als alle kolonialistische flaters er bij het redigeren uit gebonjourd waren. Het is nu eenmaal een getuigenis van het verleden en daar hoort dit soort visies ook bij. Het draagt bij aan de charme van het boek die bijna nostalgisch is. Naar de tijd van 'de Kongo' en Nederlands-Indië. Begrijp me goed, die nostalgie betekent niet dat ik het gebeurde goedkeur, maar het is nu eenmaal een onuitwisbaar deel van onze geschiedenis. 

Er is maar één klein minpuntje dat wel aan het boek (of toch aan deze uitgave) raakt: het aantal typfouten. In het begin kom je ze maar heel uitzonderlijk tegen, maar in de laatste honderd pagina's werden het er toch wat veel. Het zijn er geen grote, maar de eerlijkheid gebied mij om ze te vermelden en het is toch spijtig.

Desondanks is het zeker een grote aanrader, die een mooi plaatsje in mijn boekenkast zal krijgen. En om goed te zijn, zou ik mijn eerste paragraaf nog eens moeten herhalen. Gewoon om te benadrukken wat voor een prachtige vertelling het is en om je met een positief gevoel achter te laten. Weet je wat? Ik doe het gewoon. Copy & paste, voilà:

Het voelt alsof ik de droge vlaktes echt gezien heb, het water echt geproefd, de mensen echt gekend en de sfeer echt in me opgenomen heb. De gedachte dat het een onbereikbare wereld is (in de ruimte iets minder, maar vooral in de tijd), maakte me tijdens het lezen zelfs melancholisch. Maar gelukkig blijft deze prachtige beschrijving ervan over... 

zondag 26 april 2015

Een lezer en zijn motivatie om te sporten...

Ken je die eeuwige strijd, beste lettertjesfanaat, tussen lezen en euhm… nuttige dingen doen? Niet dat lezen niet nuttig is, dat weten we allemaal, maar soms moet er ook wel eens wat anders gedaan worden. Sporten bijvoorbeeld.

Maar het regent, of het is toch wat frisjes buiten, of je hebt een beginnende keelpijn, of je knie deed wat raar vandaag, of… Eigenlijk wil je gewoon het liefst lekker wegkruipen in de zetel met je boek. Want nuttig of niet, een half uurtje wegdromen in een verhaal is het liefste wat je nu zou doen. Maar helaas geraak je op die manier nooit aan een beetje conditie of buikspieren die toch íets waard zijn. Gelukkig heb ik daar voor mezelf iets op gevonden: ik chanteer mezelf gewoon! Ik vind het allesbehalve leuk, maar het werkt wel. Een situatieschets:

Ik heb altijd wel één of een aantal boeken liggen die ik zomaar gekocht heb. Omdat ze in de aanbieding waren, omdat ze zo’n mooie cover hadden, omdat ik mezelf heb laten vangen op het Boekenfestijn… Maar om die boeken dan zomaar aan mezelf cadeau te geven, dat wil ik dan weer niet. Daarom dit eenvoudige maar doeltreffende systeem:


Voor elk gekocht boek moet ik tien keer gaan lopen. Ik kleef er een post-it met tien vakjes op en vink er elke keer eentje aan als ik ben gaan lopen. Pas na de tiende loopsessie (en nee, ik speel echt niet vals), mag ik het boek lezen. Ik ben wel een milde trainer, want een slechte dag telt ook. Op een goede dag ben ik trots op mezelf en vink ik één vakje aan en op een slechte dag ben ik trots dat ik toch geprobeerd heb en vink ik ook één vakje aan. Maar tien stappen buiten zetten en dan terugkeren telt natuurlijk niet. Het enige risico is dat je jezelf onderweg vervloekt. Maar ach, je bent toch maar weer aan het sporten. 

Mission accomplished!

woensdag 8 april 2015

Mijn vriend Hitler


‘Mijn vriend Hitler’ vertelt het verhaal van de jonge August, Gust, Kubizek en diens vriend, Adi. Adi (ja hoor, Adolf Hitler) is in het boek de irritante en betweterige jongere die je zou verwachten. Gust is dan weer een vriend die je je op het eerste gezicht niet voor hem zou inbeelden, maar die eigenlijk wel het perfecte klankbord vormt. Het verhaal is opgebouwd uit de interactie tussen deze twee figuren, met als opvallend afwezige de politiek. Wel heeft het verhaal drie andere belangrijke thema’s en die probeer ik hier kort te bespreken.

Het eerste – en misschien ook het belangrijkste – thema is het schuldgevoel. Het boek opent en eindigt ermee en het blijft ook rondspoken in het hoofd van de lezer. Het is – uiteraard – niet een vorm van schuldgevoel in de beleving van Hitler, maar een mogelijk schuldgevoel van Gust. Mogelijk, omdat hij zelfs tientallen jaren later nog altijd niet weet of hij zich nu schuldig moet voelen of niet, en schuldgevoel, omdat hij de enige was die iets had kunnen veranderen in Adi. De enige die misschien iets had kunnen voorkomen. Ergens is het ook het schuldgevoel dat anderen hem aanpraten. Niet letterlijk of direct volgens het boek, maar Gust heeft wel het gevoel dat anderen hem veroordelen. Zo heeft hij het idee dat er elke keer wel een aantal toeschouwers moeten zijn die tijdens een voorstelling hun gedachten laten afdwalen en die zich afvragen of hij Hitler niet had kunnen stoppen. Of hij al die moorden niet had kunnen voorkomen…

Daartegenover staat dan weer het tweede thema, de onschuld van Gust. Hiermee wil ik geen antwoord geven op de vraag of hij zich schuldig moet voelen, maar ik bedoel een ander soort onschuld. Een zekere onschuldige naïviteit. Misschien had Gust een heel vaag idee kunnen hebben van wat Adi ooit zou doen en misschien had hij hem ietwat kunnen sturen in zijn karakter en zijn denken, als hij zelf een andere persoonlijkheid had gehad. Als Gust een achterdochtig, kritisch, koppig en misschien meer pessimistisch persoon was geweest, dan had de kans bestaan dat hij (misschien) íets had kunnen doen. (Bewust heel voorzichtig geformuleerd.) Maar de jonge Gust was een eenvoudige, goede jongen. Een die zijn ouders graag zag, die besefte dat hij moest werken om brood op de plank te brengen en die enkel geïnteresseerd was in de wereld buiten zijn dorp als het om muziekstudie ging. Een jongen die niet had kùnnen beseffen wat er zich afspeelde in Adi’s hoofd.

Daarmee komen we uit bij het derde thema. Het determinisme van het boek. Het gevoel dat het niet anders had kunnen zijn. Desondanks is het geen pessimistisch thema. Het is zelfs eerder een vrijpleiten van Gust. Want Gust is een product van zijn opvoeding en zijn situatie, Adi’s vader was dat ook en Adi zelf werd dat ook. Het betekent niet dat beide personages geen andere keuzes hadden kunnen maken, maar ze waren beperkt en bepaald door hun eigen achtergrond. De achtergrond en het karakter van Gust maakten van hem die onschuldige, naïeve en goedhartige jonge man die – of zo lijkt het toch – onmogelijk tegen de strijdlustige en standvastige Adi in had kunnen gaan. En het is net dat laatste thema en de verwevenheid en interactie van de drie thema’s samen, die de kracht van dit boek vormen.

Nog even terzijde: het karakter en het gedrag van Adi zijn naar mijn mening wat overdreven geschetst (al is het niet onmogelijk dat Hitler echt zo’n onuitstaanbaar en verwaand nest was) en de taal is soms wat eenvoudig en straightforward (al is meer decorum misschien ook ongepast), maar dat neemt niet weg dat het inhoudelijk toch een erg sterk boek is. En dat volwassenen niet zomaar alleen mogen oordelen over een jeugdboek!

Ik vind het dus zeker een aanrader en ben benieuwd naar de reacties van andere lezers!